Ziekten en Preventie

Als u overweegt tot aankoop van een papegaai, dan gelden daarbij onze garantie voorwaarden, u kunt deze garantie bij ons opvragen, wij zullen u deze zo spoedig mogelijk opsturen. In deze garantie voorwaarden staat o.a. dat wij u adviseren zo snel mogelijk na aankoop van de papegaai, d.w.z. binnen 2 werkdagen, met de vogel naar een gespecialiseerde dierenarts te gaan, voor een gezondheidsverklaring. De dierenarts keurt de vogel op uiterlijke gebreken, kijkt de ontlasting na en zal in de meeste gevallen de vogel willen controleren op mogelijke papegaaien ziekten, dit zal hij doen d.m.v. bloedafname welke gestuurd zal worden naar een labaratorium waar men het bloed op mogelijke ziekten kan controleren.
De 4 meest voorkomende besmettelijke Papegaaien ziekten:

Snavel- en verenrot ( Psittacine beak and feather disease)
Aantasting poederdons
Polyoma virus
De Papegaaien Ziekte
Kliermaagdilatatie syndroom – PDD- KDS

Dierenartsen die op papegaaien zijn gespecialiseerd


Snavel- en verenrot ( Psittacine beak and feather disease)

Bek en verenrot of in het engels afgekort: Pbfd is een virusziekte die voorkomt bij papegaaien . De ziekte lijkt in een aantal opzichten op AIDS (ook een virusziekte) bij mensen. Bij beide ziekten wordt de afweer van de patient aangetast. Zowel bij AIDS als bij pbfd kan het virus jarenlang in het lichaam aanwezig zijn, voordat de patient echt ziek wordt. Bij beide ziekten komt het voor dat sommige patienten die besmet zijn het virus na drie maanden uit hun lichaam verwijderen en dan weer volledig gezond zijn. En tenslotte zijn beide ziekten niet goed te behandelen. Omdat pbfd zich daarnaast gemakkelijk verspreidt via stof en veren en ontlasting van een besmet dier, is het van het grootste belang dat een besmet dier zo snel mogelijk wordt herkend en geisoleerd van andere papegaaien.

De kenmerken:
Het is in een aantal gevallen moeilijk om de ziekte te herkennen. Vooral bij dieren die besmet worden vlak nadat zij uit het ei komen, treedt vaak sterfte op binnen enkele dagen tot weken zonder dat zij veerafwijkingen laten zien die zo typerend zijn voor deze ziekte. Deze vorm van deze ziekte komt veel voor bij kaketoes, vooral geelkuifkaketoes, en bij de Grijze roodstaart papegaaien. Bij dieren die ziek worden als de eerste veren zich gaan ontwikkelen, kunnen de veren zeer snel aangetast raken. Bij dieren jonger dan twee maanden komt het voor dat binnen en week na het openbaren van de ziekte alle veren reeds aangetast zijn. De veerafwijkingen treden meestal op nadat het dier enkele dagen ziek is geweest waarbij algemene symptonen zoals braken, diarree en sloomheid opvallen. Deze vorm van de ziekte komt vooral voor bij kaketoes en agaporniden. Hoe ouder de vogel, hoe meer veren er ontwikkeld zijn voordat het virus actief wordt. Bij deze dieren lijkt de ziekte in de eerste instantie minder ernstig. Het virus tast echter iedere nieuwe veer die geruid is in steeds ernstiger mate aan. Uiteindelijk kunnen deze vogels helemaal kaal worden.

Aantasting poederdons:
Bij dieren die al helemaal in de veren zitten voordat de ziekte actief wordt, wordt in de eerste instantie meestal het poederdons aangetast. Dit is dons waarvan het verenstof gemaakt wordt waar een gezonde vogel mee bedekt is. Deze donsveren ruien frequenter dan andere veren en worden daarom als eerste massaal aangetast door het bek- en verenrot virus. Het gevolg is dat er weinig of geen verenpoeder meer aangemaakt wordt. Deze dieren zijn te herkennen aan een glimmende snavel (een gezonde vogel heeft n.l. een doffe snavel omdat die bedekt is met verenpoeder). In de tweede instantie worden, na de donsveren, de dekveren aangetast en vervolgens de slag- en staartpennen en eventueel de kuif. Sommige dieren verliezen echter als eerste de slag- en staartpennen. In dat geval lijkt de ziekte sterk op de ziekte van polyoma. Bij dieren die op jonge leeftijd besmet zijn en die de ziekte al langere tijd hebben, kunnen de bek en de nagels aangetast worden. Dit wordt vooral bij de geelkuif, Rose, goffini en Molukken kaketoes waargenomen.

Afwijkingen:
Er zijn diverse veerafwijkingen die bij bek- en verenrot voorkomen. Een veer kan te kort zijn. De vlag van de veer kan afwijkend zijn. Er kan bloed achterblijven in de schacht van een volledig uitgegroeide veer. Ook kunnen veren verkleuren (van grijs naar rood bij grijze roodstaart papegaaien). De meest typerende afwijking van bek-en verenrot is een constrictie van de schacht van de veer. Hierbij is er een plekje (vaak in het gebied waar de schacht van de veer door de huid breekt) waar de schacht plotseling veel dunner is. Veren kunnen op deze plek gemakkelijk buigen of afbreken. Als de snavel en nagels aangetast worden bij een papegaai met bek- en verenrot, begint dit meestal bij de bovensnavel. Het hoorn wordt zachter en lichter van kleur. Vaak ontstaan er in het hoorn kloven en zweren die kunnen doorlopen tot in de bek.
De ziekte verspreidt zich meestal via het stof van veren en ontlasting van een zieke papegaai maar ook via voer, water en nestmateriaal is verspreiding mogelijk. Bij een besmette pop kunnen de eidooiers op de eierstok besmet zijn: de eieren zijn dan reeds besmet voordat ze gelegd zijn.

Diagnose:
De diagnose bek- en verenrot kan op verschillende manieren vastgesteld worden. De meest zekere methode is via een bloedtest. Via deze test kunnen zelfs besmette dieren opgespoord worden, twee dagen na de besmetting, dus voordat de veren aangestast zijn. Deze dieren kunnen dan verwijderd wordren voordat zij het virus in grote mate gaan verspeiden. Dieren die ouder zijn dan vijf jaar voordat zij met het virus besmet worden, kunnen het virus soms uit hun lichaam verwijderen en weer volledig gezond worden. Dieren die jonger zijn dan drie jaar blijven meestal besmet. Bij deze dieren zal de ziekte zich vroeg of laat en soms pas na jaren openbaren. Als er een positieve bloedtest gevonden wordt bij een op het oog gezond dier dat ouder is dan vijf jaar, dan is het verstandig om de test te herhalen na drie maanden. Er bestaat dan namelijk een kans dat de test negatief verloopt omdat de vogel het virus uit zijn lichaam heeft gewerkt.

Polyoma virus:
De ziekte van Polyoma is een virusziekte die wereldwijd voorkomt en problemen geeft bij papegaaien en parkieten. In zeldzame gevallen ook bij vinken en hoenders. Extreem gevoelig zijn ara’s , patagonische rotsparkieten, pyrrhura’s, parkieten van de familie Enicognathus, aratinga’s, agapornissen, edelpapegaaien, halsbandparkieten, caiques en grasparkieten. De ziekte is zeldzaam bij kaketoe’s, monniksparkieten en grijze roodstaart papegaaien.
Het polyomavirus is vooral bij jonge vogels ziekteverwekkend. Hoe ouder de vogel is tijdens de besmetting, hoe minder ernstig de ziekte is. Volwassen vogels worden in principe niet ziek als zij besmet worden met Polyoma. Zij kunnen het virus echter wel bij zich dragen en ook andere dieren besmetten. Het Polyomavirus wordt verspreidt door zieke of besmette vogels via het voeren van jongen of via stof van veren en/of ontlasting. Voor de meeste parkieten geldt dat alleen vogels jonger dan 6 weken ziek worden na een besmetting met dit virus. Voor grotere papegaaien (ara’s, edelpapegaaien) ligt deze grens bij 14 weken. Kaketoes worden alleen ziek als zij jonger zijn dan 3 weken tijdens besmetting.

De kenmerken:
De verschijnselen van de ziekte van Polyoma zijn vrij algemeen zoals achterblijven in de groei en vertraagde kroplediging. Een jonge vogel is sterk verdacht als hij onderhuidse bloedingen (blauwe plekken) heeft, en meer dan 1 druppel bloed verliest als u een dekveertje of een bloedpennetje trekt. Het Polyomavirus tast n.l. de bloedstolling aan. Oudere jongen, rond het uitvliegen, kunnen problemen krijgen met de slag en staartpennen. Deze veren ontwikkelen zich niet of abnormaal waardoor de dieren niet kunnen vliegen. Zij worden daarom wel ‘kruipers’genoemd en de ziekte van Polyoma noemt men daarom ‘kruipersziekte’.
Polyoma wordt vastgesteld middels een uitstrijkje van de cloaca.

De Papegaaien Ziekte
Grasparkieten zijn meestal de boosdoender van deze ziekte, de grasparkiet kan n.l. drager zijn zonder zelf ziek te zijn, hij kan zelfs bij een aantal onderzoeken afwisselend positief en negatief reageren, hij moet ook een aantal keren negatief uit het onderzoek komen om het predikaat negatief te verkrijgen. Papegaaien kunnen echter geen drager zijn in die zin dat zij op datzelfde moment niet zelf ziek zijn, een papegaai met papegaaien ziekte is ook zelf ziek en zal binnen enkele dagen sterven. De besemetting voor de omgeving is zowel voor de grasparkiet als voor de papegaai hetzelfde met dit verschil dat de grasparkiet mede grasparkieten en mede mensen kan besmetten waarbij de mensen ziekteverschijnselen zullen vertonen maar de besmette grasparkieten vrolijk als drager verder door het leven gaan zonder dat er uiterlijk iets te zien is. Het verdient onder alle omstandigheden aanbeveling als u met klachten naar uw huisarts gaat , te vermelden dat u vogels heeft. Een gericht onderzoek kan dan uitwijzen of dit iets met de vogels te maken heeft. Overigens komt papegaaienziekte over de gehele wereld voor bij zeer veel soorten vogels, ook bij buitenvogels, denk hieraan als er eens iemand met een zieke duif of andere vogel bij u op de stoep staat.

De kenmerken:
De papegaai, is verminderd actief, suft, en slaapt heel veel, daarbij eet en drinkt hij niet of nauwelijks meer en is zijn ontlasting gifgroen.
Papegaaien ziekte is op dit moment zeer goed te behandelen, zowel voor mens en dier.
Voor de juiste methode voor uw papegaai kan uw dierenarts u informeren.

Kliermaagdilatatie syndroom – PDD- KDS
Deze ziekte heeft in de loop der tijden vele synoniemen gekregen, en wordt onder andere Neuropathische kliermaagverwijding genoemd. De ziekte werd voor het eerst in 1970 beschreven, en kenmerkt zich door de aanwezigheid van ontstekingscellen in de zenuwen van het verteringskanaal innerveren (krop, slokdarm, klier – en spiermaag, darmen). Onderzoek naar de oorzaak van de ziekte is in volle gang, en recent onderzoek heeft aangetoond dat de ziekte door een virusinfectie veroorzaakt wordt.
Het kliermaag dilatatie syndroom is bij meer dan 50 verschillende soorten papegaaiachtigen (o.a. ara’s, kaketoes, grijze roodstaart, conures, amazones, Senegal papegaaien, edelpapegaaien en valkparkieten ), maar ook andere vogelsoorten zoals toekans, vinken en ganzen gerapporteerd.
De besmettelijkheid van de ziekte vertoont grote variatie. Bij een acute uitbraak kunnen meerdere vogels binnen een bestand ziek worden, soms blijft het beperkt tot een enkele vogel. Mogelijk dat sommige vogels wel besmet raken, maar niet ziek worden. Het tijdsinterval tussen blootstelling en ziekte kan uiteenlopen van enkele weken tot meerdere jaren

De Kenmerken:
De ziekte verschijnselen zijn het gevolg van het niet functioneren van het maagdarmkanaal en leiden tot vermagering met of zonder een normale eetlust, braken, onverteerde zaden in de ontlasting, diarree of een verminderde feces productie, afname van de spieromvang, toename van de buikomvang, depressie, en verstopping van de kliermaag. Soms bewegingen met de kop, toevallen, of een abnormale voortbeweging. Niet al deze verschijnselen hoeven voor te komen, soms zijn alleen de zenuwafwijkingen aanwezig. Na besmetting zijn de eerste verschijnselen binnen 1 week tot binnen 3 maanden zichtbaar, echter niet alle besmette dieren vertonen ziekte verschijnselen.
De verwijding van de kliermaag is in uitgesproken gevallen op de rontgenfoto zichtbaar, soms met behulp van contrastmiddel. Een verwijde kliermaag kan ook het gevolg zijn van andere oorzaken zoals een vergifitiging met zware metalen onder andere lood of zink, een scherp voorwerp in de spiermaag, het ontbreken van grit, een ontsteking van de klier- of spiermaag(wand) tengevolge van bacterieen, schimmels of parasieten. Ook een verminderde passage door een verstopping in de maag door een vreemd voorwerp of tumor kan lijken op het kliermaagdilatatie syndroom. Baby papegaaien hebben normaliter een verwijde kliermaag, hetgeen niet met de ziekte verward moet worden.
De definitieve diagnose van de virale oorzaak is soms moeilijk te stellen. Andere oorzaken van een kliermaagverwijding dienen uitgesloten te worden. Daarnaast kan een stukje weefsel uit de kropwand genomen worden voor verder onderzoek. Echter, als er geen afwijkingen gevonden worden wil dit niet zeggen dat het geen kliermaagdilatatie is. Een test voor het aantonen van de ziekte via ontlastingonderzoek is in ontwikkeling. Er is geen behandeling tegen kliermaagdilatatie mogelijk. Zieke dieren kunnen gedurende lange tijd (enkele maanden tot jaren) in leven gehouden worden met uitsluitend zacht voer of pellets. Men dient zich wel te realiseren dat de oorzaak van het kliermaagdilatatie syndroom potentieel besmettelijk is. Zieke dieren moeten derhalve in strikte afzondering van andere vogels gehouden worden. Blootstelling aan stress kan de ziekte verergeren. Contactdieren van besmette vogels worden voor alle zekerheid eveneens strikt individueel gehuisvest. In de USA is men bezig met onderzoek naar een vaccin.

 



Dierenartsen die gespecialiseerd zijn op papegaaien:

Dierenarts DAP Kindermans
Van Hogendorplaan 24
3135 CD Vlaardingen
Tel: 010 4343084


Dierenkliniek Het Zicht
Dierenarts I. Palgi
Het Zicht 61-63
2543 AK Den Haag
070-3660701
www.dierenkliniek-hetzicht.nl

 

Dierenarts P. van Doormalen
Drs. P.van Doormalen
Oostenburgergracht 183
1018 ND Amsterdam
Tel: 020-6206611

 

Dierenkliniek de Toren
Drs. H.A.Beijer
Torensraat 21
9203 BC Drachten
Tel: 0512-513627

 

Kliniek voor Vogels
Drs. Jan Hooimeijer
Galgenkampsweg 4
7942 HD Meppel
Tel: 0522-259455

 

Gezelschapsdierenkliniek
Drs. B. Magnus
Gastelseweg 45
4702 SZ Roosendaal
Tel: 0165-557500

 

Dierenkliniek De Wetering
S.T. van der Wardt
Weteringschans 141
1075 SE Amsterdam
Tel: 020-6221884

 

Vogelkliniek Zuid-Nederland
Bogardeind 76
5664 EK Geldrop
Tel: 040-2800377

 

Dierenkliniek Broerdijk
Drs.J.M.M.Cornelissen
Broerdijk 1
6523 GM Nijmegen
Tel: 024-3225331

 

Bijzondere Dierenpraktijk " De Horst"
Drs. Hedwig van der Horst
Wintelresedijk 51
5507 PP Veldhoven
Tel: 040-2053097

 

Dierenkliniek Lichtenvoorde
Zieuwenseweg 4a
Lichtenvoorde
Tel: 0544-371600

 

Dierenkliniek De Baronie
Drs. P.N.C.M.Bastiaansen
Beeksestraat 15
4841 GD Prinsenbeek
Tel: 076-5415030

 

Dierenartsenpraktijk Zelhem Halle
Halseweg 27D
7021 HV Zelhem