Snavel-
en verenrot ( Psittacine beak and feather disease)
Aantasting poederdons
Polyoma
virus
De Papegaaien Ziekte
Kliermaagdilatatie syndroom – PDD-
KDS
Dierenartsen die op papegaaien zijn gespecialiseerd
Snavel- en verenrot ( Psittacine beak and feather disease)
Bek en verenrot of in het engels afgekort: Pbfd is een virusziekte die
voorkomt bij papegaaien . De ziekte lijkt in een aantal opzichten op AIDS
(ook een virusziekte) bij mensen. Bij beide ziekten wordt de afweer van
de patient aangetast. Zowel bij AIDS als bij pbfd kan het virus jarenlang
in het lichaam aanwezig zijn, voordat de patient echt ziek wordt. Bij
beide ziekten komt het voor dat sommige patienten die besmet zijn het
virus na drie maanden uit hun lichaam verwijderen en dan weer volledig
gezond zijn. En tenslotte zijn beide ziekten niet goed te behandelen.
Omdat pbfd zich daarnaast gemakkelijk verspreidt via stof en veren en
ontlasting van een besmet dier, is het van het grootste belang dat een
besmet dier zo snel mogelijk wordt herkend en geisoleerd van andere papegaaien.
De kenmerken:
Het is in een aantal gevallen moeilijk om de ziekte te herkennen. Vooral
bij dieren die besmet worden vlak nadat zij uit het ei komen, treedt vaak
sterfte op binnen enkele dagen tot weken zonder dat zij veerafwijkingen
laten zien die zo typerend zijn voor deze ziekte. Deze vorm van deze ziekte
komt veel voor bij kaketoes, vooral geelkuifkaketoes, en bij de Grijze
roodstaart papegaaien. Bij dieren die ziek worden als de eerste veren
zich gaan ontwikkelen, kunnen de veren zeer snel aangetast raken. Bij
dieren jonger dan twee maanden komt het voor dat binnen en week na het
openbaren van de ziekte alle veren reeds aangetast zijn. De veerafwijkingen
treden meestal op nadat het dier enkele dagen ziek is geweest waarbij
algemene symptonen zoals braken, diarree en sloomheid opvallen. Deze vorm
van de ziekte komt vooral voor bij kaketoes en agaporniden. Hoe ouder
de vogel, hoe meer veren er ontwikkeld zijn voordat het virus actief wordt.
Bij deze dieren lijkt de ziekte in de eerste instantie minder ernstig.
Het virus tast echter iedere nieuwe veer die geruid is in steeds ernstiger
mate aan. Uiteindelijk kunnen deze vogels helemaal kaal worden.
Aantasting
poederdons:
Bij dieren die al helemaal in de veren zitten voordat de ziekte actief
wordt, wordt in de eerste instantie meestal het poederdons aangetast.
Dit is dons waarvan het verenstof gemaakt wordt waar een gezonde vogel
mee bedekt is. Deze donsveren ruien frequenter dan andere veren en worden
daarom als eerste massaal aangetast door het bek- en verenrot virus. Het
gevolg is dat er weinig of geen verenpoeder meer aangemaakt wordt. Deze
dieren zijn te herkennen aan een glimmende snavel (een gezonde vogel heeft
n.l. een doffe snavel omdat die bedekt is met verenpoeder). In de tweede
instantie worden, na de donsveren, de dekveren aangetast en vervolgens
de slag- en staartpennen en eventueel de kuif. Sommige dieren verliezen
echter als eerste de slag- en staartpennen. In dat geval lijkt de ziekte
sterk op de ziekte van polyoma. Bij dieren die op jonge leeftijd besmet
zijn en die de ziekte al langere tijd hebben, kunnen de bek en de nagels
aangetast worden. Dit wordt vooral bij de geelkuif, Rose, goffini en Molukken
kaketoes waargenomen.
Afwijkingen:
Er zijn diverse veerafwijkingen die bij bek- en verenrot voorkomen. Een
veer kan te kort zijn. De vlag van de veer kan afwijkend zijn. Er kan
bloed achterblijven in de schacht van een volledig uitgegroeide veer.
Ook kunnen veren verkleuren (van grijs naar rood bij grijze roodstaart
papegaaien). De meest typerende afwijking van bek-en verenrot is een constrictie
van de schacht van de veer. Hierbij is er een plekje (vaak in het gebied
waar de schacht van de veer door de huid breekt) waar de schacht plotseling
veel dunner is. Veren kunnen op deze plek gemakkelijk buigen of afbreken.
Als de snavel en nagels aangetast worden bij een papegaai met bek- en
verenrot, begint dit meestal bij de bovensnavel. Het hoorn wordt zachter
en lichter van kleur. Vaak ontstaan er in het hoorn kloven en zweren die
kunnen doorlopen tot in de bek.
De ziekte verspreidt
zich meestal via het stof van veren en ontlasting van een zieke papegaai
maar ook via voer, water en nestmateriaal is verspreiding mogelijk. Bij
een besmette pop kunnen de eidooiers op de eierstok besmet zijn: de eieren
zijn dan reeds besmet voordat ze gelegd zijn.
Diagnose:
De diagnose bek- en verenrot kan op verschillende manieren vastgesteld
worden. De meest zekere methode is via een bloedtest. Via deze test kunnen
zelfs besmette dieren opgespoord worden, twee dagen na de besmetting,
dus voordat de veren aangestast zijn. Deze dieren kunnen dan verwijderd
wordren voordat zij het virus in grote mate gaan verspeiden. Dieren die
ouder zijn dan vijf jaar voordat zij met het virus besmet worden, kunnen
het virus soms uit hun lichaam verwijderen en weer volledig gezond worden.
Dieren die jonger zijn dan drie jaar blijven meestal besmet. Bij deze
dieren zal de ziekte zich vroeg of laat en soms pas na jaren openbaren.
Als er een positieve bloedtest gevonden wordt bij een op het oog gezond
dier dat ouder is dan vijf jaar, dan is het verstandig om de test te herhalen
na drie maanden. Er bestaat dan namelijk een kans dat de test negatief
verloopt omdat de vogel het virus uit zijn lichaam heeft gewerkt.
Polyoma virus:
De ziekte van Polyoma is een virusziekte die wereldwijd voorkomt en problemen
geeft bij papegaaien en parkieten. In zeldzame gevallen ook bij vinken
en hoenders. Extreem gevoelig zijn ara’s , patagonische rotsparkieten,
pyrrhura’s, parkieten van de familie Enicognathus, aratinga’s,
agapornissen, edelpapegaaien, halsbandparkieten, caiques en grasparkieten.
De ziekte is zeldzaam bij kaketoe’s, monniksparkieten en grijze
roodstaart papegaaien.
Het polyomavirus is
vooral bij jonge vogels ziekteverwekkend. Hoe ouder de vogel is tijdens
de besmetting, hoe minder ernstig de ziekte is. Volwassen vogels worden
in principe niet ziek als zij besmet worden met Polyoma. Zij kunnen het
virus echter wel bij zich dragen en ook andere dieren besmetten. Het Polyomavirus
wordt verspreidt door zieke of besmette vogels via het voeren van jongen
of via stof van veren en/of ontlasting. Voor de meeste parkieten geldt
dat alleen vogels jonger dan 6 weken ziek worden na een besmetting met
dit virus. Voor grotere papegaaien (ara’s, edelpapegaaien) ligt
deze grens bij 14 weken. Kaketoes worden alleen ziek als zij jonger zijn
dan 3 weken tijdens besmetting.
De kenmerken:
De verschijnselen van de ziekte van Polyoma zijn vrij algemeen zoals achterblijven
in de groei en vertraagde kroplediging. Een jonge vogel is sterk verdacht
als hij onderhuidse bloedingen (blauwe plekken) heeft, en meer dan 1 druppel
bloed verliest als u een dekveertje of een bloedpennetje trekt. Het Polyomavirus
tast n.l. de bloedstolling aan. Oudere jongen, rond het uitvliegen, kunnen
problemen krijgen met de slag en staartpennen. Deze veren ontwikkelen
zich niet of abnormaal waardoor de dieren niet kunnen vliegen. Zij worden
daarom wel ‘kruipers’genoemd en de ziekte van Polyoma noemt
men daarom ‘kruipersziekte’.
Polyoma wordt vastgesteld middels een uitstrijkje van de cloaca.
De Papegaaien Ziekte
Grasparkieten
zijn meestal de boosdoender van deze ziekte, de grasparkiet kan n.l. drager
zijn zonder zelf ziek te zijn, hij kan zelfs bij een aantal onderzoeken
afwisselend positief en negatief reageren, hij moet ook een aantal keren
negatief uit het onderzoek komen om het predikaat negatief te verkrijgen.
Papegaaien kunnen echter geen drager zijn in die zin dat zij op datzelfde
moment niet zelf ziek zijn, een papegaai met papegaaien ziekte is ook
zelf ziek en zal binnen enkele dagen sterven. De besemetting voor de omgeving
is zowel voor de grasparkiet als voor de papegaai hetzelfde met dit verschil
dat de grasparkiet mede grasparkieten en mede mensen kan besmetten waarbij
de mensen ziekteverschijnselen zullen vertonen maar de besmette grasparkieten
vrolijk als drager verder door het leven gaan zonder dat er uiterlijk
iets te zien is. Het verdient onder alle omstandigheden aanbeveling als
u met klachten naar uw huisarts gaat , te vermelden dat u vogels heeft.
Een gericht onderzoek kan dan uitwijzen of dit iets met de vogels te maken
heeft. Overigens komt papegaaienziekte over de gehele wereld voor bij
zeer veel soorten vogels, ook bij buitenvogels, denk hieraan als er eens
iemand met een zieke duif of andere vogel bij u op de stoep staat.
De kenmerken:
De papegaai, is verminderd actief, suft, en slaapt heel veel, daarbij
eet en drinkt hij niet of nauwelijks meer en is zijn ontlasting gifgroen.
Papegaaien ziekte is
op dit moment zeer goed te behandelen, zowel voor mens en dier.
Voor de juiste methode voor uw papegaai kan uw dierenarts u informeren.
Kliermaagdilatatie syndroom – PDD- KDS
Deze ziekte heeft
in de loop der tijden vele synoniemen gekregen, en wordt onder andere
Neuropathische kliermaagverwijding genoemd. De ziekte werd voor het eerst
in 1970 beschreven, en kenmerkt zich door de aanwezigheid van ontstekingscellen
in de zenuwen van het verteringskanaal innerveren (krop, slokdarm, klier
– en spiermaag, darmen). Onderzoek naar de oorzaak van de ziekte
is in volle gang, en recent onderzoek heeft aangetoond dat de ziekte door
een virusinfectie veroorzaakt wordt.
Het kliermaag dilatatie
syndroom is bij meer dan 50 verschillende soorten papegaaiachtigen (o.a.
ara’s, kaketoes, grijze roodstaart, conures, amazones, Senegal papegaaien,
edelpapegaaien en valkparkieten ), maar ook andere vogelsoorten zoals
toekans, vinken en ganzen gerapporteerd.
De besmettelijkheid
van de ziekte vertoont grote variatie. Bij een acute uitbraak kunnen meerdere
vogels binnen een bestand ziek worden, soms blijft het beperkt tot een
enkele vogel. Mogelijk dat sommige vogels wel besmet raken, maar niet
ziek worden. Het tijdsinterval tussen blootstelling en ziekte kan uiteenlopen
van enkele weken tot meerdere jaren
De Kenmerken:
De ziekte verschijnselen zijn het gevolg van het niet functioneren van
het maagdarmkanaal en leiden tot vermagering met of zonder een normale
eetlust, braken, onverteerde zaden in de ontlasting, diarree of een verminderde
feces productie, afname van de spieromvang, toename van de buikomvang,
depressie, en verstopping van de kliermaag. Soms bewegingen met de kop,
toevallen, of een abnormale voortbeweging. Niet al deze verschijnselen
hoeven voor te komen, soms zijn alleen de zenuwafwijkingen aanwezig. Na
besmetting zijn de eerste verschijnselen binnen 1 week tot binnen 3 maanden
zichtbaar, echter niet alle besmette dieren vertonen ziekte verschijnselen.
De verwijding van de
kliermaag is in uitgesproken gevallen op de rontgenfoto zichtbaar, soms
met behulp van contrastmiddel. Een verwijde kliermaag kan ook het gevolg
zijn van andere oorzaken zoals een vergifitiging met zware metalen onder
andere lood of zink, een scherp voorwerp in de spiermaag, het ontbreken
van grit, een ontsteking van de klier- of spiermaag(wand) tengevolge van
bacterieen, schimmels of parasieten. Ook een verminderde passage door
een verstopping in de maag door een vreemd voorwerp of tumor kan lijken
op het kliermaagdilatatie syndroom. Baby papegaaien hebben normaliter
een verwijde kliermaag, hetgeen niet met de ziekte verward moet worden.
De definitieve diagnose
van de virale oorzaak is soms moeilijk te stellen. Andere oorzaken van
een kliermaagverwijding dienen uitgesloten te worden. Daarnaast kan een
stukje weefsel uit de kropwand genomen worden voor verder onderzoek. Echter,
als er geen afwijkingen gevonden worden wil dit niet zeggen dat het geen
kliermaagdilatatie is. Een test voor het aantonen van de ziekte via ontlastingonderzoek
is in ontwikkeling. Er
is geen behandeling tegen kliermaagdilatatie mogelijk. Zieke dieren kunnen
gedurende lange tijd (enkele maanden tot jaren) in leven gehouden worden
met uitsluitend zacht voer of pellets. Men dient zich wel te realiseren
dat de oorzaak van het kliermaagdilatatie syndroom potentieel besmettelijk
is. Zieke dieren moeten derhalve in strikte afzondering van andere vogels
gehouden worden. Blootstelling aan stress kan de ziekte verergeren. Contactdieren
van besmette vogels worden voor alle zekerheid eveneens strikt individueel
gehuisvest. In de USA is men bezig met onderzoek naar een vaccin.
|